Korte geschiedenis van AA

Dit overzicht is uit dankbaarheid gewijd aan alle AA vrienden, mannen en vrouwen, die op de moeilijkste ogenblikken van de AA geschiedenis, als echte geschenken voorkwamen.

Het is twijfelachtig of de 2.000.000 leden van AA, ten dode of krankzinnigheid opgeschreven, zonder hun hulpbetoon en vertrouwen, nu een leven zonder alcohol zouden leiden, en dit dan nog in liefde, in vriendschap en in dienst van allen.

De 30° verjaardag van „AA 's internationale conventie" te Toronto in Canada op 24 juli 1965 is een degelijk bewijs voor diegenen die zoveel werk verricht hebben, waarvan wij nu in AA de vruchten rapen, niet alleen namelijk het verzaken aan de alcohol, maar de herontdekking van het leven. Het is grotendeels te wijten aan onze vrienden dat wij, beseffen dat AA de wereldtaal van het hart is.

Dr. Carl G. Jung was waarschijnlijk de eerste om te spreken in ,,de taal van het hart".

Taal die nu het symbool vormt van AA.

De grote Zwitserse psychoanalyst vermoedde er echter weinig van dat een 30-tal jaren later zijn nederige woorden door duizenden alcoholisten, die toen bestempeld waren als onherstelbaar, nu echter hersteld; alsook hun gelukkige familieleden en vrienden uit de vier windstreken.

Het is allemaal begonnen op een mooie dag in de spreekkamer van Dr. Jung.

Hij legde Roland H. uit dat de medische en psychiatrische wetenschap machteloos stond tegenover het alcoholisme.

Er zou echter wel mogelijkheid tot herstel zijn, aldus Dr. Jung, als de patiënt een geestelijke hervorming kon ondergaan.

Roland H,, een Amerikaanse alcoholist, die de woorden van Dr. Jung geloofde besloot zijn krachten aan te passen en zijn leven te wijden aan de zorg voor die geestelijke kracht die machtiger was dan hij. Een kracht die hij ondervond in de „Oxfordgroup" een godsdienstige vereniging die toen, zowel in Europa als in Amerika, populair was.

Te New Vork. in de Calvary Church woonde Rotand H. de Oxford groepsvergadering bij, gehouden onder de leiding van Z.E.H. Canon D. Shoemaker D.D. Deze zou een van de belangrijkste en invloedrijkste vrienden van AA worden.

Alcoholisten werden geholpen door een eenvoudige aanwijzing van morele aard, nl. erkennen van eigen fouten, voornemens om te beteren door gebed en meditatie, zich aan anderen te wijden en hen te helpen.

Een van deze die zo geholpen werden was Edwin [Ebby) T. die zijn boodschap van vreugde mededeelde aan een andere voormalige schoolkameraad Bill W. die te Brooklyn in „het huis in Clynton streef" woonde.

Aan de keukentafel aldaar deelde Ebby aan de door Gin verzopen werkloze Bill, eens een der knapste uit Wall street, zijn ondervindingen mede.

Dr- William Silkworth (het toenmalig diensthoofd van het Staatshospitaal Manhattan (een instelling voor alcoholisten en aan verdovingsmiddelen verslaafden) had reeds Bill en zijn vrouw Lois verteld dat Bill een snelvorderend en onherroepelijk geval van alcoholisme was, en dat het een obsessie was die hem tegen zijn eigen wil deed drinken; een allergische gevoeligheid voor alcohol, een sluw, krachtig en verbazend verdovingsmiddel.

EEN enkele borrel was reeds voldoende om Bill aan het „zuipen" te brengen.

Na 'het bezoek aan Ebby deed Bill op 11 december '34 nogmaals zijn intrede in ..Towns Hospitaal" om ,,uitgedroogd" te worden.

Ebby kwam hen daar nog eens bezoeken. Enkele minuten nadien werd Bill "die niet godsdienstig was " een geweldige verandering in de geest gewaar. Hij voelde dit aan als een opluchting en bevrijding van de drang om te drinken.

Toen hij Dr. Silkworth hierover sprak lachte deze hem niet uit, doch moedigde hem integendeel aan om in zijn eigen herstel te geloven. Hij veroorloofde hem zelfs andere alcoholisten te bezoeken en deze trachten te helpen, (Nadien en met rechtstreekse medewerking van AA leidde Dr. Silkworth een zaal voor alcoholisten in Knickerbockers Hospitaal N. Y. Tijdens zijn leven hielp hij méér dan 40.000 mensen.

Uiteindelijk kreeg Bill een waterkansje om zich nogmaals in de zakenwereld te vestigen. In 1935 op 15 augustus werd hij echter verslagen, was weer failliet, en zonder werk. Onmiddellijk wou hij zich naar de bar van het Mayflower Hotel begeven om zijn verdriet te vergeten, toen hij zich plots realiseerde dat hij er evenveel behoefte aan had een andere alcoholist te helpen als deze hem nodig had.

Tot op dit moment had Bill zich er zo bezorgd over gemaakt dat andere alcoholisten zo dringend hulp nodig hadden dat hij zich helemaal niet realiseerde dat om zijn eigen vrijwaring te behouden hijzelf moest trachten hen te helpen: al werden zij dan al of niet op slag nuchter.

Het was dan ook een historisch moment voor AA toen Bill de E.H. Mr. Walker Trunks opbelde om deze te vragen hoe hij een alcoholist kon helpen in plaats van met hem mede te doen.

Mr. Trunks kende enkele leden van Oxfordgroep van wie hij vermoedde dat zij Bill zouden helpen. Bill kreeg het adres van een niet alcoholist die hem begreep nl. Mevrouw Henrietta Seiberling.

Zij bracht Bil! in kennis met een Dr. Bob S, een beroemd chirurg die op het punt stond zijn carrière te ruïneren wegens de drank. De twee stichters van AA ontmoette elkander voor het eerst aan de ingang van het Seiberling Estate, te Akron.

Dr. Bob dronk zijn laatste pint op 10 Juni 1935. Hij maakte Bill er al zeer spoedig op attent dat om permanent nuchter te kunnen blijven men deze deugd aan anderen moest kunnen brengen. Gezamenlijk begonnen zij alcoholisten te helpen, en aldus ontstond AA groep nr. 1.

Kort daarop begon Mr. Bob een regelmatige behandeling van de verschillende AA leden.

In het St.-Thomas Hospitaal te Akron verrichtte hij zijn werk. bijgestaan door de onvermoeibare Zuster Ignatia der zusters van Liefde van St.-Augustinus.

Zuster Ignatia was musicus alvorens zij zusterverpleegster werd.

Toen Bill naar New Vork terugkeerde vormde hij een werkelijke groep die vergaderde in het clubhuis in de ,,42the Street" het huis met de befaamde ,,lange hall". Bill en Lois die nog steeds straatarm waren woonden er in kleine slaapkamertjes.

Toen laat op een stormachtige nacht iemand aan de deur klopte bleek dit 'niet een alcoholist te zijn maar wel E.H. Edward Dowling S.J. die van St-'Louis gekomen was om meer over de AA te vernemen. Deze werd een der trouwste vrienden en tevens de eerste katholieke geestelijke die AA werkelijk steunde.

In 1939 gaven de eerste 100 leden een boek uit welk het relaas mededeelde van hun ondervindingen. Zij gaven dit werk als titel ..Alcoholica Anonymus". Dit werd de naam van de jonge beweging.

Het beheer werd toevertrouwd aan de ,,Alcoholics Foundation" een v.z.w. (nu het Algemeen Dienstbureau van AA) met als leden de niet alcoholisten William Richardson, Frank Amos, John E.F. Wood en twee AA leden.

Men kan geen relaas over de eerste dagen van AA geven zonder de namen te vermelden van Charles Town, T. Henry en Clarence Williams, A. Henry Clipmann, Albert Scot, Dr. A. Wiese Hammer. Dr. C. Dudley Sand, Dr- John F. Stouffer, Ear Blackwell. Curtis Bok. Eugen Exman. Dr. Leonard V. Strong, Dr. Russell. E. Blaisdell en vele anderen, allen stuk voor stuk hoofdfiguren uit de maatschappij. Zo heeft bv. Earl Blackwell het boek „Alcoholica Anonymous" gratis gedrukt.

Het eerste hoofdbureau werd gevestigd in een miezerig klein plaatsje in 30 Vesey streef. De geduldige niet alcoholiste stenografe die vroegere herzieningen van het boek meemaakte was Ruth Hoek, die meer dan eens zonder salaris naar huis ging.

Het was tevens zij die al de aanvragen om inlichtingen beantwoordde toen AA bekendheid kreeg.

De publieke aandacht werd voor het eerst gevestigd door ,,The Cleveland Plain Dealer" en ,,Liberty Magazine" uitgegeven in 1939 door Fulston Cursten.

Een grote vooruitgang betekende het toen John D. Rockefeller Jr. een diner gaf ter ere van AA en dit in de zeer selecte „Union Club" te New York op 8 februari 1940.

Onder de genodigden bevonden zich enkele der rijkste en invloedrijkste Amerikanen.

Bill behandelde er enkele van de meest hopeloze gevallen en vertelde over de mogelijkheden van een reuze ontnuchteringcampagne. Hij heeft het verloop van AA bekendgemaakt.

Ook Dr. Foster, de bekwame neuroloog, en Dr. Harry Emerson Fosdick zongen de lof van AA in hoge tonen. Toen deelde Nelson Rockefeller , onder de indruk van de ziekte van zijn vader, mede dat AA volgens geestelijke richtlijnen werkte en dat geld alles zou bederven.

Wanneer de straatarme stichters bekomen waren van het plotse 'heengaan van hun financiers in wording zagen zij toch in dat er iets belangrijker was dan geld, namelijk het principe van kleine organisatie, zelfstandigheid, anonimiteit en een niet carrière zaak.

Volgens deze standregels is AA gegroeid. Enige tijd later verscheen het 1° bulletin bestemd voor al de groepen, en dat tot doel had : alle leden samen te houden in geest, al dan niet in werkelijkheid.

In maart 1941 schreef Jack Alexander een artikel voor AA in de ..Saturday Evening Post". Gezien de oplage van deze krant over de ganse V.S.. werd de aandacht ten volle op AA getrokken.

Dit had voor gevolg dat het kleine bureau te New York overstelpt werd met vragen en dringende hulpoproepen. Overal werden er groepen gevormd; waar het AA boek verscheen, waar AA post terecht kwam en daar waar AA'ers gingen.

Uit alle havens der wereld kwamen zeelieden die AA mede opgericht hadden naar New York en zo werd de wereldwijde broederband gevormd. De wanhoop nabij door de drukte, begon het kleine bureau pamfletten uit te geven die antwoordden op de meest voorkomende vragen die toekwamen van waar groepen opgericht werden.

In het begin van 1943 hielp E.M. Jellineck D.S.C (Bunky) een van AA 's eerste goede vrienden, de beroemdste deskundige op gebied van alcoholisme. bij de oprichting van de ,,Summer School of Alcoholics" aan de Yale nu Rutger organisatie voor de studie van het alcoholisme.

Aldus wierp hij een helder doordringende schijnwerper op AA zodat gans de wereld dit kon zien.

Een jaar later werd de eerste uitgave van „The Grapevine" gedrukt, een maandelijks tijdschrift. Hierin werden vele gedachten voorgesteld en uitgewerkt zoals de 12 Tradities, het 24 uren Programma, e.a.

Langs dit blad verschenen ook inlichtingen die alhoewel geen verband houdend met AA toch 'belang hadden in het kader van het alcoholisme. Dr. Jellineck stelde zijn ,,Phases in ALCOHOL ADITION" farde op langs gegevens van Grapevine.

Deze farde wordt nu gebruikt door de Wereldorganisatie voor Gezondheid.

Ook in Grapevine kondigde Mw. Marty Mann openlijk de oprichting aan van de Nationale Liga van Alcoholisme.

Een nieuwe maar niet minder hulp zame vriend is het „North American Association of Alcohol Programma", samengesteld uit instellingen gesteund door de Staat.

De persoonlijke opinie van Dr. Jung betreffende AA werd voor het eerst gepubliceerd in Grapevine van januari 1963. Tijdens de 25" Conventie ter gelegenheid van dezelfde verjaardag van AA te Long Beach California introduceerde AA zijn boek :

,,AA wordt meerderjarig" (AA comes of Age),

Het is een 21 jaar oude indrukwekkende geschiedenis waarvoor geen schrijver ooit betaald werd alhoewel sommige onder hen tot de beroemdste schrijvers der wereld behoren. Men gebruikte materiaal van gevraagde als van anonieme personen en AA leden.

Tijdens de eerste Internationale vergadering in 1950 te Cleveland werden de

"12 Stappen en 12 Tradities" aangenomen als fundamentele basisprincipes die ieder lid op zichzelf moest toepassen volgens zijn eigen geweten.

Bill en Dr. Bob zagen dat de oude „ALCOHOLICS FOUNDATION" die het beheer over het bureau te New York had om informatie over de gehele wereld te verspreiden, met AA geen verbintenissen had tenzij tegenover de medestichters.

Wie zou hem vervangen ?

In 1951 hield men te New York de 1ste Algemene Dienst Conferentie, als antwoord op de voorstellen van BilI W. en Dr. Bob betreffende eventuele opvolgers.

Het idee was om te trachten gedurende 5 jaar te bewijzen of het mogelijk was vertegenwoordigers uit Canada en de V. S. wanneer deze jaarlijks bijeenkwamen, wel degelijk hun functie konden uitoefenen, als publieke opinie van AA en de gehele werelddienst zonder daarom een enkel lid van AA of Groep onder hun bevel te hebben.

Blijkbaar stak het idee vol bekoringen. Zou geld, machtsmisbruik en de politiek de ondergang van AA veroorzaken ? Zou de schuchtere poging van een dronkaard om een ander te contacteren wel blijven bestaan?

Nochtans werd hef idee een succes. In 1955 tijdens de 2de Internationale conventie te St.-Louis werd beslist dat de beweging nu volwassen was en nu de verantwoordelijkheid van wereldzaken op zich kon nemen.

Vanaf dat ogenblik werd de werelddienst van AA de verantwoordelijkheid van de leden in

't algemeen.

De alcoholic Foundation, nu het Algemeen Dienst Bureau werd de dienende beheerder van alle AA groepen.

Nochtans is het zoals Bill het in Grapevme schreef:

"Er zijn nog miljoenen stervenden alcoholisten die nog onwetend zijn van de ,,taal van het 'hart". Zij weten zelfs niet WAAR die gesproken wordt. Zal er iemand zijn om deze taal tot hen te richten als zij komen opdagen ?"

„Deze verantwoordelijkheid is de uwe zowel als de mijne, juist daarom mag een verjaardag van AA geen herinnering zijn aan het verleden. Ter wille van de volgende zieke alcoholist die binnenkomt, zowel als ons aller nuchterheid van morgen, mag het verhaal van AA niet gisteren eindigen, doch moet het steeds beginnen".

Laten wij hier ten lande de vele vrienden " niet alcoholisten " niet vergeten die ons de AA leerde kennen.

Die ons steunden, ons begrepen en ons aanmoedigden. Die onze eerste wankelende en aarzelende stappen in AA leidde.

Vele gezichten, zelfs van overledenen komen voor de geest. Om er geen te vergeten zullen wij er geen noemen. Maar waar zij ook zijn, zij mogen overtuigd zijn dat wij hen dankbaar zijn en dit steeds zullen blijven.

Dank zij hen is AA in Vlaanderen geworden wat het nu al is. Wij durven op hen rekenen om ons nog meer aan te zetten de "taal van het hart" over het ganse Vlaamse land te laten weerklinken voor hen die ze nog zo nodig hebben.

Want,

„IK BEN VERANTWOORDELIJK, wanneer iemand om het even waar om hulp vraagt.

Ik wil dat de helpende hand van AA ook daar zou zijn.

EN DAARVOOR BEN IK VERANTWOORDELIJK".